Verslag uit München

Voor een verslag van de laatste stand van zaken in het proces zie ook bij mede-aanklagers weblog Rob Fransman (schrijft ook voor Wereldomroep) en weblog Ellen van der Spiegel-Cohen (voor Joods Maatschappelijk Werk).

In februari 2010 is de Nederlandse strafrechtadvocaat mr. Manuel Bloch toegetreden tot het team van Nebenklägervertreter. Dit betekent dat hij alle zittingsdagen bijwoont en optreedt als advocaat van een van de mede-aanklagers.
In februari werd onderzoeksrechter Thomas Walther door de rechtbank gehoord. Hij heeft namens de Zentrale Stelle der Landesjustizverwaltungen zur Aufklärung nationalsozialistischer Verbrechen in Ludwigsburg het materiaal verzameld dat basis is voor de aanklacht tegen Iwan Demjanjuk.
Op dinsdag 23 februari was het de beurt aan deskundige prof.dr. Johannes Houwink ten Cate inzake de Westerbork transportlijsten.
24 en 25 februari waren bestemd om Alexander Nagorni te horen; hij zou als Trawniki dienst gedaan hebben in Treblinka.

19 januari 2010 was het de beurt aan Thomas Blatt om zijn getuigenis af te leggen. Hij was een puber toen hij samen met zijn ouders en broertje in Sobibor aankwam op 28 april 1943. Zijn hele leven heeft hij moeten worstelen met de afscheidswoorden die hij daar tegen zijn moeder sprak. Zijn laatste woorden waren een verwijt, omdat zij hem maar de helft van de melk gegeven had. Zijn moeder reageerde daarop met de woorden: ‘is dat het waar jij aan denkt op een moment als dit?’ Hij heeft zijn ouders en broertje nooit meer gezien.
Blatt vertelde over de dagelijkse gang van zaken in Sobibor en de rechtbank stelde hem veel vragen over de indeling van het kamp en wat zijn ervaringen waren met kapo’s, Wachmänner en SS’ers. Voor Blatt was deze ondervraging zichtbaar inspannend, hij moest op een aantal vragen het antwoord schuldig blijven. Hij gaf dat ruiterlijk toe en verklaarde dat hij bij aankomst in Sobibor een jongen was van 15,5 jaar die alleen maar bezig was met overleven.
20 januari 2010. De tweede dag werd het getuigenverhoor van Blatt voortgezet. Dit nam het grootste deel van de dag in beslag. In de loop van de middag kreeg hij de gelegenheid zijn verhaal over de opstand te doen.
21 januari, de derde dag, getuigde Philip Bialowitz. Hij ging verder in op de transporten die uit Nederland kwamen.

Jules Schelvis tijdens een persconferentie in München, links David van Huiden; foto Robert Andreasch

Jules Schelvis tijdens een persconferentie in München, links David van Huiden; foto Robert Andreasch

De laatste zittingsdag van 2009 verliep weer met indrukwekkende verklaringen. Dit keer van Rudi Westerveld en Rob Fransman die op het laatste ogenblik München wisten te bereiken.

De getuigenverklaring van Jules Schelvis, die daarop volgde, vulde een deel van de ochtend en de hele middag, met een enkele onderbreking. De in zijn verhaal opgeroepen beelden werden hem zelf teveel; hij zei daarbij “Ik heb dingen gezien die zijn zo verschrikkelijk, die kan ik niet vertellen. Dat ging over Radon, Majdanek, Alter Flughaven waar mensen op de meest gruwelijke manieren werden omgebracht.
Schelvis vertelde uitvoerig hoe het toeging vanaf dat hij en zijn vrouw van huis gehaald werden, hoe de toestanden in de barakken in Westerbork was, hoe het eten was. Hij had ‘Westerborklijsten’ bij zich die geprojecteerd werden op de muur. Vervolgens werd aandacht besteed aan de trein naar Sobibor. Er werd uitdrukkelijk gevraagd hoe het toeging in de trein en of er mensen onderweg overleden waren. Jules vertelde dat hij alleen kon zeggen dat er in zijn wagon niemand was overleden.
De heer Maull, een van de verdedigers, vroeg door waarom hij niet kon vertellen over de aanwezige lorriebaan. Of hij wist of deze bedekt was of dat hij wellicht niet had gekeken. Hoe het kon dat Schelvis de lorriebaan niet gezien heeft. Hierop antwoordde Jules Schelvis, onder hilariteit van de aanwezigen: “Ik kan niets vertellen over iets wat ik niet gezien heb.
Op het moment dat de plattegrond van Sobibor op de muur werd geprojecteerd toonde ook Demjanjuk belangstelling.
Het was een verhelderende getuigenis en iedereen die aanwezig was kon stap voor stap de tocht van Jules Schelvis door de kampen volgen.

Verslag van Rozette Kats opgetekend door Mirjam Huffener

maandag 21 december.
Vandaag zijn in totaal 7 Nebenkläger gehoord
Tien van de veertien Nederlandse mede-aanklagers kwamen ondanks de barre weersomstandigheden, na urenlang oponthoud in Nederland zondag toch aan in München. Een paar mensen zijn ‘overgeboekt’ naar de maandagochtend.
Ook de vlucht van Rozette Kats en Jetje Manheim van Stichting Sobibor was geannuleerd. Zij kwamen op tijd voor de middagsessie.

Maandag 21-12-2009
We vliegen! Het is maandag 21 december 10.25 uur en met slechts één uur vertraging zijn Rozette en ik op weg naar München.
Vannacht zijn er op Schiphol 500 veldbedden geplaatst voor gestrande passagiers. Dat maakt het nog verbazingwekkender dat het Kim en mij gelukt is in de gigantische chaos, met onafzienbare rijen wachtenden en wachttijden van zes uur voor de informatiebalies, zeven mede-aanklagers van gecancelde KLM-vluchten om te boeken naar de enige vlucht die nog wel wordt uitgevoerd. Hulde aan de KLM-medewerkster die dit organiseerde en ons vertelde dat zij het proces volgde en zou blijven volgen. Lufthansa boekt twee medeaanklagers over naar een KLM-vlucht die vanochtend in alle vroegte al is vertrokken.
Vlak voor één uur, aan het einde van de lunchpauze, melden wij ons bij het gerechtsgebouw. Zeven medeaanklagers hebben vanochtend al het woord gevoerd. (Zie ook het weblog van het advocatenteam.) Philip Jacobs opende de rij, gevolgd door Rob Cohen, Marco de Groot, Paul Hellmann, Rob Wurms, Leon Vieijra en Max Degen. Wanneer Jan Goedel met zijn getuigenis de ochtend zal afsluiten geeft Demjanjuk aan zich niet goed te voelen en wordt de ochtendzitting gestaakt.
Als we onze plaats op de publieke tribune innemen wordt een soort ziekenhuisbed opgesteld in de rechtszaal en wordt Iwan Demjanjuk daarop getild. Dat gebeurt overigens vrij gemakkelijk en zonder gesteun en gekreun. Jan Goedel wordt gevraagd zijn getuigenis af te ronden. Louis van Velzen, Ellen van der Spiegel en Vera de Jong volgen. Alle getuigenissen zijn verschillend, maar allemaal treffen zij dezelfde kern. Iedereen doet het prachtig in eigen bewoordingen en met eigen accenten. Allemaal raken ze de juiste snaar. De advocaten van de verdachte heeft geen vragen.
Daarna neemt de rechter het woord en maakt korte metten met alle tot nog toe gevoerde verweren van Ulrich Busch; geen enkele wordt ontvankelijk verklaard. Later op de dag licht Harmen van der Wilt de juridische aspecten toe. Hij noemt daarnaast dat hij de sfeer in de rechtszaal tijdens de getuigenissen als sereen ervaren heeft en vindt het uitstekend dat de rechter een ieder dezelfde vragen stelt.
Alle mede-aanklagers en hun begeleiders zijn opgelucht dat het gelukt is de getuigenis, die zolang moest worden aangehouden en zo vaak doorleefd werd, gehouden is.
Rudi Westerveld arriveert laat in de avond, Rob Fransman wordt morgenochtend vroeg verwacht en zij zullen morgen als eersten getuigen. Dan zullen ook de volmachten worden voorgelezen van hen die mede-aanklager zijn, maar fysiek niet in München aanwezig. Daarna wordt begonnen met de getuigenis van Jules.
Ook Manuel Bloch zal vanavond nog arriveren, maar dan liggen de meesten al op één oor. Carel Roos heeft geen rechtstreekse vlucht meer kunnen boeken, reden waarom wij in onderling overleg vaststelden dat we het zonder arts doen, deze reis.
Verder wordt er in München alles aan gedaan om ons op ons gemak te stellen: Evi en Gisela, de rechtbankmedewerkers staan weer klaar voor ons; Evi heeft haar eerst vakantiedag voor ons opgeofferd. Ze stelt ons voor aan Rosi, die ons vanaf morgen zal opvangen, wanneer haar vakantie toch echt ingaat. In het hotel krijgt iedereen zoveel mogelijk weer dezelfde kamer als tijdens ons eerste bezoek. Het wordt door ons allen als hartverwarmend ervaren.
Na de uitwisseling van de ervaringen van de dag wordt er gezamenlijk gegeten.
Morgen staan we allemaal weer om 08.10 uur in de hal om als groep naar de rechtbank te wandelen voor wat de dag dan weer voor ons in petto heeft.
Jetje Manheim

zondag 20 december
Nebenkläger arriveren in München
Tien van de veertien Nederlandse mede-aanklagers kwamen ondanks de barre weersomstandigheden, na urenlang oponthoud in Nederland, zondagavond laat aan in München. Twee mede-aanklagers zijn ‘overgeboekt’ naar maandagochtend vroeg, de andere twee volgen nog vóór aanvang van de zitting op dinsdag 22.12.2009.
Ook de vlucht van Rozette Kats en Jetje Manheim van Stichting Sobibor was geannuleerd. Zij hopen op tijd te zijn voor de middagsessie van maandag 21.12.09.

woensdag 2 december. Op de derde dag is het proces tijdelijk gestopt. Het wordt zoals al eerder voorzien 21 december voortgezet. Ondanks vele interrupties hebben reeds vijf mede-aanklagers een indringende getuigenis afgelegd.

Dinsdag 1 december. De ochtendsessie: een eindeloos, door de rechter niet te stuiten, pleidooi van de verdediger. Na 20 minuten realiseer ik me dat ik de tijd hier prima anders kan besteden. Elk nadeel… Enfin, eindelijk even tijd om aanvullende subsidie-aanvragen te doen voor ‘Late Gevolgen van Sobibor’.
Toch nog vrij snel is het zover dat de echte aanklacht wordt voorgelezen en de namen genoemd van de eerste 9 mede-aanklagers, waaronder mijn moeder. Een paar mensen kijken even om bij het noemen van de namen van mijn familie. Hun steun is goed maar niet nodig denk ik want ik wist toch dat dit ging gebeuren? Dan begint de voorzitter van de rechtbank de transportlijsten te noemen met datum, eerste naam op de lijst van hen die in dit transport zaten, het paginacijfer en op dezelfde manier de naam van de laatste persoon op de lijst gevolgd door de nummers op de lijst en bijbehorende namen van de mensen die hier vertegenwoordigd worden door hun familie. Hier was ik niet op voorbereid. Worden mijn grootouders en het zusje van mijn moeder nu weer gereduceerd tot nummers? Hij leest door, heel zacht, het wordt doodstil, de sfeer is die van herdenken. Van mij mag hij alle namen noemen ook van degenen die niet vertegenwoordigd worden omdat ze niemand hebben om hen te vertegenwoordigen.
Na een tijdje wordt het lezen onderbroken door Iwan Demjanjuk.

Mary Richheimer, rechts Rob Wurms, achteraan Rudi Westerveld

Mary Richheimer, rechts Rob Wurms, achteraan Rudi Westerveld

Tijdens de middagsessie wordt het voorlezen van de namen van de familie van de mede-aanklagers voortgezet. Dan beginnen de getuigenverklaringen. De eerste die naar voren wordt geroepen is Mary Richheimer-Leijden van Amstel. Zij beantwoordt rustig en op heldere toon de vragen die gesteld worden. Dat zijn er veel want allerlei termen als ‘opgehaald’ en ‘weggehaald’ en ‘weggebracht’ moeten uitgelegd worden. Op de vraag of ze wist dat haar ouders gestorven waren zegt ze in haar antwoord niet ‘mijn ouders zijn dan-en-dan gestorven’ maar ‘mijn ouders zijn vergast’. Het wordt weer steeds stiller in de zaal.
Daarna volgen nog vier indringende verklaringen. Dat de volgende dag niet doorgaat weten we dan nog niet maar eigenlijk is dat al geen drama meer. Het proces is begonnen. De 21e gaan we gewoon weer verder.
Mirjam Huffener

Maandag 30 november. Het was niet de bedoeling dat ik hier zou zitten. In een rechtszaal in München met fantastisch uitzicht op de heer Demajnjuk. Om dat voor elkaar te krijgen had ik om een uur of 6 / half 7 in de rij moeten gaan staan om om 9 uur naar binnen te mogen. Dat heb ik niet gedaan en mijn broers zullen nu zeggen dat dit mazzel is voor de rest van de wachtenden; mijn ochtendhumeur schijnt niet leuk te zijn. Maar dat was niet de doorslaggevende reden om daar niet te gaan staan. Ik hoefde er niet zo nodig bij te zijn en zou met Jetje Manheim van Stichting Sobibor en Ella Oesterman van JMW op de gang of in de koffieruimte op de achtergrond vooral beschikbaar zijn om ‘onze’ Nebenklager en hun partners bij te staan met wat dan ook.
Vraag niet hoe het kan maar hier zit ik dan toch.
De verdediging heeft tijdens de ochtendsessie al weten te melden: dat het om een onbelangrijk schakeltje gaat (zoals verwacht); dat ergere misdadigers hun straf hebben weten te ontlopen (zoals verwacht) dat er ook Joden waren in kampen die gedwongen werden mee te draaien in de doodsmachinerie (zoals verwacht); dat de positie van de Trawniki in de kampen vergelijkbaar is met die van de ‘werk’joden zoals Nebenkläger Thomas Blatt en Philip Bialowitz die de opstand overleefden (een tikkeltje over de rand).
Vorige week werd mijn 88-jarige moeder geïnterviewd in (voormalig) Kamp Vught. Ze zat lang in de kille barak en stond een half uur in de regen. Weliswaar onder een paraplu, maar als haar interviewer een stapje opzij deed liep het water in haar nek. Zij vertelde daar waarom ze Nebenklager is en waarom ze niet naar het proces ging: “Ik was al een keer in Duitsland en dat is met niet zo goed bevallen. Natuurlijk is haar gevraagd of ze het nog wel volhield maar ze is behoorlijk dapper en wat klagen betreft komt ze niet in de buurt van Demjanjuk. Vreselijk verkouden geworden natuurlijk. Omdat ik het ondenkbaar vond mee te gaan naar München om de Nebenkläger te begeleiden terwijl zij met een longontsteking thuis zat heb ik haar lieve huisarts gevraagd langs te komen. Hij kon ons gerustellen.
Ondertussen weet ik meer van de gezondheidstoestand van Demjanjuk dan van de hare. In de middagsessie zijn we alles te weten gekomen van z’n tenen via z’n gal maar z’n hoofd, inclusief de werking van zijn hersenen. Conclusie is dat moeder en heer D één ding gemeen hebben: ze zijn oud en lichamelijk niet zo heel fit meer. Dat geldt voor meer mensen in de zaal hier.
Daar zitten ze. Behalve de 18 uit Nederland nog eentje uit Amerika, iemand uit Israel, een Duitser en Thomas Blatt. En wat het echte verschil is tussen deze Joden en de Trawniki Demjanjuk?
Er is er niet een die ooit een keuzemogelijkheid heeft gehad om uit te stappen tijdens de genocide die Sjoa heet.
Mirjam Huffener

  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks
  • Hyves
  • RSS
This entry was posted in Proces Demjanjuk. Bookmark the permalink.