Jaarlijks organiseert de Stichting Sobibor in samenwerking met het Duitse Bildungswerk Stanislaw Hantz en het Poolse Studnia Pamieci een Studiereis naar de kampen van de Aktion Reinhard. De samenwerking tussen de drie nationaliteiten wint ieder jaar aan kracht. Zo wordt er naast het bezoek aan de vernietigingskampen ook aandacht besteed aan de manier waarop er in de drie landen wordt omgegaan met de geschiedenis van de Holocaust.
AANKONDIGING:
Studiereis 2012 naar Belzec, Sobibor, en Treblinka; de vernietigingskampen van de Holocaust, en het concentratiekamp Majdanek in Lublin.
vertrek vrijdagavond 28 september, terugkomst zaterdag 6 oktober
Onder de codenaam Aktion Reinhard werden in 1942 en 1943 ongeveer 1,5 miljoen Joden vermoord in de gaskamers van de vernietigingskampen in Belzec, Sobibor en Treblinka. De Aktion Reinhard was een van de grootste en gruwelijkste niet-militaire operaties tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdens deze studiereis wordt op historische plaatsen de Holocaust in beeld gebracht, zowel vanuit het perspectief van de slachtoffers als dat van de daders. Daarnaast wordt stilgestaan bij de wijze waarop in Polen, Duitsland en Nederland aan de Holocaust aandacht wordt besteed.
De reis brengt ons niet alleen bij de drie vernietigingskampen, maar onder andere ook bij het voormalige getto van Lublin, het vroegere doorgangsgetto Izbica en het concentratiekamp Majdanek. We verdiepen ons in de Joodse geschiedenis van Oost-Polen, en behalve voor het verleden is er ook aandacht voor de wijze waarop in het huidige Polen het debat over het antisemitisme gevoerd wordt.
Deze Studiereis is een jaarlijks terugkerende activiteit van het Duitse Bildungswerk Stanislaw Hantz, Studnia Pamieci uit Polen en de Stichting Sobibor. In 2004 vond dit gezamenlijke initiatief voor het eerst plaats.
Reisinformatie
• De reis naar Lublin wordt gemaakt per trein; de terugreis per vliegtuig (Warschau – Amsterdam).
• De standplaats is Lublin, waar in een klooster wordt gelogeerd. Het onderdak en de verzorging zijn eenvoudig te noemen.
• De voertalen zijn Engels en Duits.
• De Engels sprekende historicus van het herinneringscentrum Majdanek, Robert Kuwalek, zal ons tijdens de reis begeleiden.
• De kosten bedragen ongeveer Euro 770, – (Studenten betalen ongeveer Euro 620, -). Bij het genoemde bedrag zijn inbegrepen: de reiskosten en de verblijfskosten in het klooster, busvervoer van en naar alle locaties, de ochtend- en avondmaaltijden. Alleen voor drinken en broodjes tijdens de bustochten moet zelf worden gezorgd (dit geldt eveneens voor het avondeten op zaterdag 29 september, de aankomstdag). Ook een reis- en/of annuleringsverzekering dient zelf afgesloten te worden.
• De reis per trein begint op vrijdagavond 28 september vanaf Amsterdam; wij arriveren zaterdagmiddag in Lublin.
• Het officiële programma begint op zondagochtend en duurt t/m vrijdagavond 5 oktober. Op zaterdag reizen wij per trein terug naar Warschau; vandaar vliegen wij naar Amsterdam, waar wij zaterdagavond rond 19.00 uur verwachten aan te komen.
• Voorafgaand aan de reis zal er nog een kennismakingsbijeenkomst plaatsvinden (datum en locatie worden later bekend gemaakt).
Voor aanvullende informatie of aanmelding: Stichting Sobibor, Rietlandpark 229, 1019 DV Amsterdam, of per e-mail: info@stichtingsobibor.nl
Studiereis 2011 zeer succesvol
Op vrijdagavond 30 september 2011 stapten bestuursleden Alwin Kapitein en Frank van der Elst met dertien reisdeelnemers op de trein naar Polen.
Bestemming was het stadje Lublin, sinds jaar en dag standplaats van de Studiereis. Onder de Nederlandse deelnemers bevonden zich dit keer zes studenten, onder wie vier masterstudenten Holocaust- en Genocidestudies, twee gidsen van het Nationaal Monument Kamp Amersfoort, een medewerkster van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, en een viertal anderszins geïnteresseerden.
Op de eerste ochtend van het officiële programma werd kennisgemaakt met de reisdeelnemers uit Duitsland, Oostenrijk en Polen. Al snel vormde zich een hechte internationale groep wat de reis zeer ten goede kwam. Er werden veel verhalen en ervaringen uitgewisseld en de optionele discussiebijeenkomst – ingepland op de vrije donderdagmiddag – werd door bijna de gehele groep bezocht. Ook de weergoden waren goed van zin. Het prachtige, zonnige weer contrasteerde sterk met de ijskoude geschiedenis die op de verschillende plaatsen werd verteld.
Naast de vernietigingskampen van de Aktion Reinhard – Belzec, Sobibor en Treblinka – ging de reis ook langs het doorgangsgetto Izbica, het opleidingskamp in Trawniki, de Joodse begraafplaatsen van Piaski en Krasniczyn, de synagogen van Zamosc en Wlodawa en het kamp Majdanek.
Tijdens ons bezoek aan Wlodawa onthulden leerlingen van een lokale school een gedenkteken voor de gebeurtenissen die in 1942 op het sportveld van Wlodawa, pal naast de school, hadden plaatsgevonden. De betrokkenheid die deze kinderen toonden maakte diepe indruk op de groep. Dit gold ook voor de betrokkenheid van de Poolse leerlingen in Izbica. Hun directrice vertelde uitgebreid over de verschillende projecten die op de school plaatsvinden met betrekking tot de Joodse geschiedenis van deze voormalige shtetl. Een groepje leerlingen vergezelde ons daarna bij het bezoek aan de Joodse begraafplaats van Izbica.
De samenwerking tussen de drie organiserende partijen – Stichting Sobibor, Bildungswerk Stanislaw Hantz (Duitsland) en Studnia Pamieci (Polen) – was ook dit jaar weer erg goed. Recentelijk heeft de evaluatievergadering in Berlijn plaatsgevonden en het programma voor volgend jaar is inmiddels alweer vastgelegd. In 2012 zal de Studiereis plaatsvinden van vrijdagavond 28 september (vertrek) tot zaterdagavond 6 oktober (thuiskomst). Meer informatie over deze reis kunt u binnenkort vinden op http://www.stichtingsobibor.nl/reizen/studiereis
STUDIEREIS NAAR DE KAMPEN VAN AKTION REINHARD, 8-16 OKTOBER 2010 Door Iris van Ooijen (met dank aan Jos Sinnema)
Aan het einde van de reis, op de avond voor ons vertrek naar huis, werden alle deelnemers opgedeeld in groepjes en gevraagd een korte indruk van de reis te geven. Een daarvan luidde: “By putting it into a context through visiting the villages, the cemeteries and the train stations, the actual visits to the camp memorial sites had much more meaning and were much more impressive.” Hiermee wordt in één zin duidelijk dat de studiereis naar de vernietigingskampen van Aktion Reinhard veel meer omvatte dan het bezoeken van de voormalige kampplekken alleen. Historische plaatsen die met de kampen in verbinding stonden, zoals nabijgelegen dorpen, begraafplaatsen en treinstations, brachten ons een stapje dichterbij een besef van de omvang van de Holocaust. De kampen stonden niet op zichzelf, maar maakten deel uit van een groter en complex geheel. Het bezoeken van deze ‘andere’ plaatsen droeg bij aan het bezoek van de kampen, zoals uit bovengenoemde indruk blijkt.
Zo bezochten we op de vierde dag van onze reis het dorp Izbica. Na een degelijk ontbijt van ‘onze’ nonnen in het klooster – soms vingen we een glimp van hen op bij het doorgeefluik in de eetzaal – reden we er met de bus naartoe. In de memoires van Thomas ‘Toivi’ Blatt, gelezen door een groot deel van ons reisgenootschap, beschrijft hij het vooroorlogse dorp als volgt: In Izbica woonden ongeveer 3600 Joden en tweehonderd christenen. De meeste inwoners waren arm en leefden in houten barakken; slechts enkelen, de rijken, woonden in stenen huizen. Drie artesische pompen en enkele bronnen voorzagen het dorp van water. Er was geen elektriciteit tot midden jaren dertig. De Joden waren overwegend orthodox, maar progressieve ideeën maakten opgang. Kaftan, baard, oorlokken (pajes) en keppeltje moesten stilaan wijken voor een meer Poolse of westerse kledij. Iedereen kende iedereen in Izbica en de mensen spraken elkaar meestal aan met bijnamen. (…) Wij leefden vreedzaam samen met onze katholieke buren. Toegegeven, af en toe doken er antisemitische slogans op in het postkantoor, zoals ‘Joden naar Palestina’ en ‘Koop niet bij Joden’, maar niemand die dit ernstig nam. Katholieke en Joodse schoolkinderen bleven meestal op zichzelf. Ongeveer de helft van de studenten was Joods en half-katholiek. Hoewel het dorp voor 95% Joods was, verkozen de kinderen uit de omliggende dorpen het om in Izbica basisonderwijs te volgen. (Fragment uit From the Ashes of Sobibor. A Story of Survival, Thomas Blatt, 1997) In de oorlog werd Izbica een getto, waar naast de lokale Joodse inwoners Joden uit alle windstreken werden samengepakt. We bezochten de plek waar de deportaties hadden plaatsgevonden; een kaal stuk asfalt naast een weg op een ietwat verlaten plek in het landschap. Zonder kennisname van de geschiedenis zouden we er zo aan voorbij zijn gegaan. Toen we even later op het dorpsplein stonden, vertelden onze gidsen dat dit idyllische plein was gebruikt als verzamelplaats voor het afvoeren van Joden naar Belzec en Sobibor. Het was een vreemde gewaarwording om te ontdekken dat niets op het dorpsplein aan deze mensen herinnert, terwijl er wel een monument voor gevallen Poolse strijders staat.
In tegenstelling tot de ‘vergeten plekken’ zijn de voormalige kampterreinen van Belzec, Majdanek en Treblinka omgevormd tot plaatsen van herinnering, met indrukwekkende monumenten en musea. In Belzec werd een hartverscheurende afscheidsbrief van een moeder aan haar zoon voorgelezen, waarna we in stilte om het symbolische massagraf liepen, dat raakt aan plaatsen waar de daadwerkelijke massagraven liggen. Hoezeer deze monumentale plaatsen van herinnering ook de sfeer van herdenken oproepen, het moment waarop je geraakt wordt door het verleden bleek niet te voorspellen. Het kon je overkomen in de bus, tijdens een wandeling of het luisteren naar een voorgedragen getuigenis. De inrichting van een plek kan bezoekers letterlijk de ruimte bieden om stil te staan bij het verleden, maar het innerlijke herdenken blijft persoonlijk.
Op de laatste dag bezochten we Sobibor. Een bijzondere ervaring omdat overlevende Thomas Blatt ons persoonlijk rondleidde. Kou en regen weerhielden hem er niet van ons uitgebreid te vertellen over zijn ervaringen in het kamp.
Het reisgezelschap bestond uit Polen, Duitsers en Nederlanders. Hoewel de Nederlanders zich al tijdens de heenreis tot een geheel hadden gevormd, waren de contacten met de Duitsers en de Polen snel gelegd. Waar de Duitsers veelal serieus met de materie omgingen, wilden de Nederlanders nog wel eens humor gebruiken om de spanning te doorbreken. De Polen leken op het eerste gezicht wat afstandelijker, maar na verloop van tijd en een aantal wodka’s verder bleek dit al veel minder het geval. Je nationaliteit doet er uiteindelijk niet toe, zoals een ander groepje het de laatste avond verwoordde: “Sich berührt und sich verantwortlich fühlen. Nicht als Deutscher, Holländer oder Pole, sondern als Mensch.”













