Vrienden van de in 1895 in Polen geboren Gretha Borzykowski schreven begin van de jaren twintig van de vorige eeuw gedichten in haar poesie-album in hun voertaal het Jiddisch. Zij en haar man David bouwden zich in de jodenbuurt van Amsterdam een goed bestaan op. Nederland werd hun tweede vaderland. Niets scheen het geluk in de weg te staan. Tot de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Zij ondergingen hetzelfde lot van meer dan 34.000 joden uit Nederland: de dood in de gaskamers van Sobibor.
Vrienden uit de jeugdbeweging, waar hun drie kinderen lid van werden, hadden het album in de jaren 1942/1945 bewaard. Naast de handgeschreven Jiddische gedichten zijn in dit boekje opgenomen versies in Jiddische- en latijnse drukletters, in het Nederlands en het Duits.Het is een kostbaar document uit een periode van het eens zo bloeiende vooroorlogse leven van de vrijwel verdwenen Pools-Russische Joodse gemeenschap in Nederland.











